Leerlingen volgen op een zelfstandig gymnasium tot en met klas 3 hetzelfde programma en worden op dezelfde wijze beoordeeld. Het klassenverband, dat ook in de vierde klas nog voor een deel bestaat, zorgt er voor dat de leerlingen in een hechte groep zitten, waarin ze zich aan elkaar kunnen optrekken. Dit schept een saamhorigheidsgevoel, dat nog extra wordt bevorderd door vele gezamenlijke activiteiten. Daarnaast tracht de school recht te doen aan de individuele verschillen in talenten en belangstelling tussen leerlingen.
Van groot belang voor een plezierige schooltijd en voor optimale resultaten is een veilig schoolklimaat, waarin leerlingen zichzelf kunnen zijn. Op school benadrukken de mentoren het belang van respect voor elkaar en elkaars opvattingen. Discriminerend of ondermijnend gedrag wordt niet getolereerd. Schoolleiding en docenten zien er nauwlettend op toe dat (eventueel) racistisch gedrag wordt tegengegaan. Onder racistisch gedrag verstaan we elk woord en iedere handeling waardoor iemand op grond van ras of cultuur impliciet of expliciet als minderwaardig wordt bestempeld.
De school streeft actief naar het bevorderen van weerbaarheid van de leerlingen ten opzichte van beïnvloeding op allerlei gebied. Zo stellen we bijvoorbeeld in de lessen over relaties en in de lessen over genotmiddelen geen expliciete normen, maar stimuleren we de leerlingen de motieven voor hun gedrag kritisch te onderzoeken. Ook in de vaklessen stimuleren en waarderen we een onbevangen houding en een onafhankelijk oordeel.