In klas 4 beginnen de leerlingen aan de zogenaamde Tweede Fase. Het onderwijs in deze fase kenmerkt zich door zelfstandig werken en leren om goed toegerust te zijn voor vervolgopleiding en maatschappij.
Leerlingen volgen een aantal gemeenschappelijke vakken plus zo’n vier vakken die tot een profiel behoren. Daarnaast kiest de leerling nog ten minste één extra examenvak. De keuze van de profielvakken is gericht op de beoogde vervolgstudie en beroep. Het is dus van belang dat de leerlingen zo zorgvuldig mogelijk hun keuzes maken. Vanaf klas 3 worden zij daarin begeleid door de mentor en de decaan.
De vierdeklassers krijgen voor enkele vakken al te maken met het eindexamenprogramma. Dat wil zeggen dat sommige resultaten van toetsen en praktische opdrachten al meetellen voor het diplomacijfer. Het diplomacijfer bestaat uit het gemiddelde van de resultaten van het centraal examen en die van het schoolexamen. De schoolexamencijfers worden in loop van de bovenbouwperiode opgebouwd. Het geheel van schoolexamentoetsen wordt het examendossier genoemd.
Het bovenbouwprogramma is verdeeld over drie leerjaren en wordt uitgedrukt in studielasturen. In deze urenaantallen zitten zowel de contacturen (de lessen), de toetstijd als de zelfstudie-uren op school en thuis.
Klik hier voor de lessentabel bovenbouw. Nieuw in de bovenbouw zijn de vakken Spaans, filosofie en kunst (muziek).
Extra vakken
Sommige leerlingen willen meer vakken volgen dan minimaal voorgeschreven. Voor hen bestaat de mogelijkheid in het vrije deel extra vakken, dus extra studielast, te kiezen en in meer vakken examen te doen. Zo is het ook mogelijk examen te doen in twee profielen door een strategische keuze van vakken. Dat laatste levert wel extra studielast op.